Home » huisdieren » bosmuis

1.info bosmuizen/nachtdieren/leven/nest/voedsel/voorplanting/vijanden

 

Bosmuizen zijn erg kleine beestjes die tussen de 14 en 35 gram wegen en van kop tot romp 75 tot 100 mm groot zijn. De bosmuis behoort tot de familie van de Muridae of de muizen van de Oude Wereld en komt algemeen voor in Vlaanderen.

Jonge bosmuizen zijn eerder grijs dan bruin. Daardoor worden ze wel eens verward met jonge huismuizen.

De bosmuis is een nachtdier. Tijdens de korte zomerse nachten is hij de hele tijd druk in de weer. In de winter is hij daarentegen alleen aan het begin en aan het einde van de nacht actief.

Ondanks zijn naam komt de bosmuis niet alleen in het bos voor. ze leven waar  er genoeg plaats is om zich te verstoppen, vindt hij ook in parken, tuinen, akkers, graslanden en heide een geschikte woonplaats. In de winter zoekt hij soms de warmte van gebouwen op. Toch blijft de bosmuis niet altijd met zijn pootjes op de grond: hij klimt zonder problemen tot 5 m hoog in een boom.

Bosmuizen geven hun gangenstelsel door aan volgende generaties. De grootte en de diepte van die gangen hangen af van hun ligging. In bossen en houtkanten maken de bosmuizen een uitgebreid gangenstelsel dat 5 tot 20 cm onder de grond ligt en waarvan de gangen een diameter van ongeveer 3 cm hebben. Het nest ligt meestal onder een boomstronk, een omgevallen boom of een struik en is bekleed met bladeren en ander plantenmateriaal. In akkers kan het gangenstelsel tot 50 cm onder de grond liggen en is het minder uitgebreid.Op het menu van de bosmuis staan zaden, paddenstoelen, bessen, mos, stengels en bladeren. Daarnaast lust hij ook dierlijk voedsel: slakken, kevers, regenwormen en vlinderlarven zijn niet veilig in zijn buurt.

De voortplantingsperiode begint in maart en eindigt normaal gezien in oktober. Bij zachte winters kan die ook langer doorlopen. De mannetjes zijn geslachtsrijp na 28 dagen en de vrouwtjes na 3 tot 6 maanden. Jongen die in het najaar geboren zijn, ontwikkelen zich trager.

In gevangenschap kunnen bosmuizen 5 jaar oud worden. In het wild haalt daarentegen maar 10% van de jongen een leeftijd van 6 tot 8 maanden.

De bosuil en de wezel zijn de voornaamste natuurlijke vijanden van de bosmuis. Zij kunnen lokaal een grote invloed hebben op bosmuispopulaties. Ook de vos, de kerkuil, de ransuil en marterachtigen vormen een gevaar.